Column: Dichter bij de Heer

  Column

Door Robert Goesten, Michigan, U.S.A.

In de stad waar ik woon staan meer dan dertig kerken met bijna evenveel verschillende kerkgenootschappen. Dat zijn niet allemaal grote gebouwen, maar het varieert van een flinke kerk tot een woonhuis dat ‘omgedoopt’ is. Het lijkt er vaak op dat, wanneer een groepje mensen het niet eens is met de pastoor of de dominee, zij gewoon ‘voor zichzelf’ beginnen. Zo wordt een voormalig restaurant tegenwoordig bevolkt door 'Grace Church', een radicaal kerkgenootschap dat van velen het etiket 'cult' (sekte) krijgt opgeplakt. Dat alleen al wekt mijn nieuwsgierigheid en dus stapte ik er een paar weken geleden eens binnen. Dat gaat makkelijk want de kerk herbergt ook een koffiehuis en daar hou ik van. Ik raakte aan de praat met een van de kerkleden, een vrijwilliger die me een kop dampende koffie inschonk. Ik vroeg hem wat hij vond van de afgelopen lockdownperiode. Was het niet moeilijk om het geloof te behouden wanneer de wereld zo onder vuur lag? Het tegenovergestelde was het geval, volgens hem. Doordat men zolang in afzondering moest leven was de Heer alleen maar dichterbij. Een zegen dus.

Zo had ik het nog niet bekeken en ook niet ervaren. Mijn gedachten dwaalden onwillekeurig af naar de maanden maart, april en mei toen ik aan huis gebonden was met een flinke voorraad voedsel, closetpapier en leesvoer. Dat laatste om een beetje zinnig de tijd door te komen. De eerste dagen waren nog wel spannend en interessant. Als ik naar buiten keek zag ik een parkeerterrein vol auto’s van mensen die angstvallig binnen hun appartementen bleven. Herten en ander gedierte kwamen van lieverlee de stad en onze wijk in. Het was zo stil dat het leek alsof de stad langzaamaan van hen werd. De nachtkleding werd steeds later op de dag verruild voor dagelijkse kledij en de douche werd ook steeds later ingeschakeld. De lamliederigheid nam toe en soms moest ik mezelf knijpen om overdag wakker te blijven. De televisie werd de grootste vriend en de grootste vijand. Het laatste vanwege de steeds weer terugkerende slechte berichten over de coronacrisis.

Van een inniger contact met de Heer kan ik niet getuigen. Wel dat ik onmetelijk blij was toen de ophokplicht opgeheven werd. Eindelijk weer op bezoek bij de buren en restaurantbezoek werd ook weer mogelijk, zij het in beperktere mate dan voorheen. De gang naar de kapper werd iets als een overwinningsmars onder de Arc de Triomph in Parijs. Het voelt alsof ik drie maanden uit mijn leven gemist heb en die kun je onmogelijk inhalen of overdoen. Toch bekruipt me de laatste dagen het gevoel dat als we niet uitkijken en voorzichtiger worden, we opnieuw in eenzame opsluiting terecht komen. Het dragen van mondkapjes is een bewezen middel om de besmetting en de verspreiding van het virus tegen te gaan. Toch is het in Nederland nog niet verplicht. Toegegeven: het is een vervelend voorschrift, dat in Michigan wel geldt, maar als we even doorbijten en die rotdingen wel dragen kunnen we waarschijnlijk het verschil maken tussen een nieuwe lockdown en verlost worden van het virus. Dan kunnen we de Heer ook weer met rust laten.

Meer berichten

Het lokale nieuws in uw mailbox ontvangen?

Aanmelden