Column: De boekenhippie

  Column

Door Robert Goesten, Michigan, U.S.A.

Toen ik nog in Nederland woonde had ik een grote verzameling boeken die een gehele wand in mijn woonkamer in beslag nam. Ik vond het een warme aankleding van de kamer en daarom kocht ik meer dan achthonderd boeken op rommelmarkten. Die boeken had ik ‘ongezien’ gekocht en soms ontdekte ik zeer oude en evenzeer interessante boekwerken in mijn verzameling. Toen het echter op verhuizen aankwam, kon ik geen honderden boeken mee naar Amerika nemen en moest ik een pijnlijke selectie maken. Ik dacht de rest aan een koopman te kunnen slijten, maar niemand had belangstelling. Aan het eind van het liedje eindigden al die boeken op de vuilstortplaats. Dat deed pijn. Ik had het gevoel dat ik de boeken tekort deed ondanks dat het per slot van rekening slechts dood papier is. En dat terwijl ik nooit zo’n lezer was. Op de middelbare school moest ik verplicht tien Nederlandse boeken lezen en zocht daarvoor de dunste boekjes uit. Totdat de docent me een boek van zo’n vier centimeter dik in mijn handen duwde, Nooit Meer Slapen van W.F. Hermans. Ik deed inderdaad geen oog meer dicht. Ik koop nu zo nu en dan een nieuw boek, vooral als ik in Nederland ben, maar loop wat achter met lezen omdat het er teveel zijn inmiddels.

Afgelopen zondag nam mijn buurman mij mee naar een dorpje, een half uur gaans vanaf onze stad. Daar staat een winkel voor gebruikte boeken en volgens de buurman een must see. Ik stapte nieuwsgierig binnen in een oud, aftands, houten gebouwtje dat ogenschijnlijk haast op instorten stond. Ik stond al gelijk tussen de boekenkasten en rekken die zich uitstrekten van de vloer tot aan het plafond, zo’n vier meter hoog. Het hele gebouwtje was er mee volgestouwd en ze waren stuk voor stuk gevuld met oude en nieuwe boeken. Tussen de vele boekenkasten waren looppaden gecreëerd ter breedte van slechts één persoon.

Toen ik voorzichtig begon te lopen door één van de gangpaden, voelde ik aan de boekenrekken of deze wel stabiel waren. Ik stelde me voor dat, als het hele zootje begon te tuimelen, ik voorlopig niet gevonden zou worden. Handgeschreven briefjes wezen de bezoekers de weg; van ‘Worldhistory' tot 'Sex in the Roman Empire’. Halverwege een gangpad zat een gat in de boekenwand en daarachter ontwaarde ik de eigenaar van de zaak: “John, call me John”, zei de zeventiger brommend. Hij had vanwege het coronagevaar een grote blauwe zakdoek voor zijn gezicht gebonden. Zo een die verstokte carnavalsvierders soms nog om de hals dragen. Op zijn hoofd prijkte een junglehelm en zijn lange grijze haren golfden daaronder vandaan als een waterval in een woestijn. “Ik heb meer dan negentigduizend boeken te koop", zei hij. “Ik koop ze weer van je terug als je ze uit hebt.” Met stijgende belangstelling schuifelde ik langs de oude boeken. Uiteindelijk stuitte ik op een boek dat het leven beschrijft van de Nederlanders die zich als eersten in Michigan vestigden. Een vijf centimeter dik boek. Dit keer niet van Hermans, maar gekocht van een originele Amerikaanse boekenhippie. Wat zal ik slapen...

Meer berichten

Het lokale nieuws in uw mailbox ontvangen?

Aanmelden