Draagtassen

  Column

Column door Robert Goesten, Michigan, U.S.A.

Wie wel eens in een grote stad is geweest heeft ongetwijfeld wel eens een dakloze gezien. Het is het typische beeld van een in lompen gekleedde persoon die op het trottoir voor zich uit zit te staren misschien met een pet voor hem op de stoep die zonder te spreken om een geldelijke bijdrage vraagt. Ook ziet men daklozen vaak een afgedankt winkelwagentje volgeladen met wat schamele bezittingen voor zich uit duwen, misschien op weg naar een daklozenopvang voor de nacht of misschien zonder enige geplande bestemming, de blik op oneindig op weg naar nergens. Je ziet ze in steden als Amsterdam en Rotterdam maar als je goed kijkt ook in Den Bosch. Volgens de laatste statistieken van een jaar geleden heeft Nederland ruim zesendertigduizend daklozen binnen haar grenzen. In 2009 waren dat er nog ‘maar’ ongeveer achttienduizend. Een verdubbeling dus in het verloop van elf jaar. 

In Amerika is alles groter, zo willen Amerikanen je graag laten geloven. Met betrekking tot het daklozencijfer hebben ze daarin gelijk. Relatief gezien heeft de Verenigde Staten tien maal zoveel daklozen als Nederland. En dat is te zien. Zelfs in een kleine stad als de plaats waarin ik woon, kent haar eigen daklozenbevolking. Die zie ik staan bij kruispunten waar auto’s moeten stoppen voor de verkeerslichten. De arme drommels houden kartonnen bordjes voor hun borst waarop geschreven staat dat ze in financiële nood verkeren. Of de weggebruiker niet wat kan missen. Soms staan er op meerdere kruispunten meerdere bedelaars. Ik heb wel eens mijn arm uit het zijraam van mijn auto gestoken en zo’n mens wat geld gegeven maar ik moet toegeven dat ik me, de meeste keren dat zo iemand naast mijn auto staat en me doordringend aankijkt, knap opgelaten voel. Ik probeer dan niet terug te kijken alsof ik hem of haar niet gezien heb, als dan eindelijk het licht op groen springt druk ik zwetend van schaamte het gaspedaal in, weg van de plek die me schuldig doet voelen.

Enkele keren per week ga ik in een van de plaatselijke parken lopen om de benen te strekken en om nadien koffie te gaan drinken in een van de koffiehuizen. Negen van de tien keren zie ik dan een jonge vrouw in het park met twee dreumesen in een wandelwagen die zij soms op een beschut plekje de borst geeft. Ze is er elke dag en draagt haar inboedel in een paar draagtassen mee. Soms zie ik haar op andere plekken in de stad, maar altijd met haar kinderen en dezelfde tassen. Ze is duidelijk dak- en thuisloos en leeft, in ieder geval overdag, op straat. Dat is geenszins een te benijden positie. ‘s Nachts wordt er door verschillende kerken onderdak verleend, maar stel jezelf eens in haar schoenen voor.

Veel mensen denken dat alle daklozen psychiatrische patiënten zijn en voor een deel is dat ook ongetwijfeld het geval. Sommigen van hen zijn niet meer te behandelen en belanden op straat. Er zijn echter veel dak- en thuislozen die na een faillissement, echtscheiding, ontslag, huisuitzetting of een combinatie van die factoren op straat belanden zonder uitzicht op verbetering. Daar zou je een psychiatrische patiënt van worden. Denk niet dat het u niet kan overkomen, want iedereen heeft zijn grenzen.

Meer berichten

Het lokale nieuws in uw mailbox ontvangen?

Aanmelden