Column: Nederland is écht mooi

  Column

Column door Jules Leerintveld

Afgelopen week was er een ultraloper uit Ridderkerk die in vier dagen tijd het hele Pieterpad had volbracht. Gekkenwerk? Beetje, maar ook chapeau, mede omdat hij veel geld ophaalde voor een goed doel. Een ‘normale’ wandelaar doet er 26 dagen over om dit lange-afstand-wandelpad te lopen, van Pieterburen aan de Groninger waddenkust tot de Sint-Pietersberg bij Maastricht.

Impulsief had ik besloten om in drie weken tijd dit bekendste wandelpad van Nederland te gaan lopen. Op het laatste moment mijn rugzak ingepakt; ik gokte op een kilootje of zeven, maar dat werden er veertien. Een enorme tegenvaller, maar omdat het begin april was had ik kleding bij voor alle weertypen. “Wat ga je dan in Nederland doen?”, vroegen de meesten nadat ze van de eerste verbazing -vakantie in Nederland- waren bekomen. “Lopen? Waarheen dan?” “Het Pieterpad.” Bij sommigen begon een belletje te rinkelen, anderen keken me aan of ik aan een of ander buitenissig avontuur begon. De reacties varieerden van bewondering tot “Bende helemoal gek geworre?” “Hoeveel kilometer is dat dan?” De meesten dachten dat het tussen de 300 en 350 kilometer zou zijn. De paden van zo’n wandeltocht zijn echter niet langs een liniaal te leggen, want de afstand is bijna 500 kilometer.

In het uitgestrekte boerenland van Groningen verwonderde ik me over de ruimte, hier raakte de lucht nog de horizon. Op zompige weilanden deden het geluid van kieviten en grutto’s me aan m’n jeugd denken. In Drenthe wisselden boswachterijen en heidevelden elkaar af. Op de weidse Sallandse heuvelrug hingen nevels als sluiers om de heuveltoppen. Helaas kon ik geen ‘witte wieven’ spotten. Het Achterhoekse landschap was met zijn prachtige buitenplaatsen, vroegere burchten en kastelen een oase van rust. Het indrukwekkend oprijzende Montferland behoort ongetwijfeld tot één van de mooiste landschappen van Nederland. Via de Ooijpolder belandde ik na een zeer steile klim op de top van de Duivelsberg. De natuur was intussen aan een geweldige krachtsexplosie begonnen. In het noorden waren de bomen nauwelijks uitgelopen, in het zuiden stonden alle bomen in hun volle voorjaarspracht te schitteren. In Limburg genoot ik van de ‘Dutch Mountains’ die een ode aan het voorjaar brachten. De sporen van rituelen en symboliek van de Roomse kerk kwam ik in dit ‘bronsgroen eikenhout’ regelmatig tegen. Nederland is écht mooi.

Ik genoot ervan om elke dag de vrijheid te omarmen en gewoon op pad te gaan. Geen rennen, springen, vliegen, duiken, vallen, opstaan en weer doorgaan. Het ritme van mijn voetstappen bepaalde deze reis. Het inzicht dat ik aan het Pieterpad heb overgehouden: alleen het ‘nu’ telt, niet het (eind)doel was van belang, maar de weg erheen. Wandelen als middel om in de natuur te zijn, de stilte te voelen, de geest te voeden en het heerlijke gevoel om niet te weten waar en wanneer de dag eindigt.

Meer berichten

Het lokale nieuws in uw mailbox ontvangen?

Aanmelden