Dit is het elfde en tevens laatste deel van het verhaal 'Een stadslegende', geschreven door Frans van den Heuvel sr.
Dit is het elfde en tevens laatste deel van het verhaal 'Een stadslegende', geschreven door Frans van den Heuvel sr.

Een stadslegende... (deel 11, slot)

door Frans van den Heuvel sr.

Ik schraapte mijn keel, nam een slok, en zei: "Wiens skelet kan het zijn dat daar ligt? Niet van iemand uit de tijd van Maarten van Rossum. Da’s onmogelijk." “Ik weet wiens skelet het is”, zei de journalist. "Tijdens de aanleg van het riool in de Karstraat in 1940 is er een grondwerker spoorloos verdwenen. Hij had de gang ontdekt en is vanwege zuurstofgebrek om het leven gekomen. Dit gruwelijke geheim is iets dat alleen wij kennen. En dat wil ik graag zo houden, want ik ben van plan volop van mijn rijkdom te gaan genieten en adviseer jou dat ook te gaan doen.”

We namen afscheid. Ik bleef nog zitten, bestelde nog een glas wijn, en dacht na. Het verhaal van de schat in de onderaardse gang had er een nieuwe dimensie bijgekregen. Het had een mensenleven gekost. Een leven leiden zoals de journalist van plan was te gaan doen? Nee, dat was niks voor mij.

Na een slapeloze nacht vol gepieker hakte ik de knoop door. De schat was door Maarten van Rossum en zijn vazallen bijeengegaard door plundering en andere gruwelijkheden. Bloedgeld dus! En eeuwen later was daar nog een slachtoffer bijgekomen. Van dit alles wilde ik geen profijt hebben. Mijn geweten liet me geen keus. Na het ontbijt ging ik naar de bank. Een groot deel van mijn kapitaal liet ik schenken aan goede doelen.

Tijdens de lange treinreis naar huis nam ik een beslissing welke mijn leven voorgoed zou veranderen. Ik zette mijn huis te koop en verkocht mijn huisraad aan een opkoper. Naar welke rekening de makelaar de opbrengst van het huis moest overmaken, zou ik nog laten weten.

Ik trad toe tot de orde der Minderbroeders Franciscanen. Een orde die ook met mijn stad een band heeft. Mijn dagboek sloot ik af en deed het in een kistje met boeken welke ik bij me wilde houden in het klooster. Het gewicht van het kistje met het dagboek woog niet op tegen de loodzware last die ik de rest van mijn leven mee zou moeten dragen.

Nadat jaren later de stadshistoricus in het klooster overleed, liet de abt een kistje boeken bezorgen in de pastorie van zijn geboorteplaats. 'Ten behoeve van de jaarlijkse tweedehands boekenverkoop', was de boodschap.

Einde.

Meer berichten

Het lokale nieuws in uw mailbox ontvangen?

Aanmelden