Dat Jos Wielakker onlangs zijn professionele carrière als organist heeft beëindigd, wil niet zeggen dat hij is gestopt met orgelspelen.
Dat Jos Wielakker onlangs zijn professionele carrière als organist heeft beëindigd, wil niet zeggen dat hij is gestopt met orgelspelen. (Foto: Loeki Bruinink)

'Muziek is emotie die ik wil horen'

Het lijkt dit jaar vooral om het getal 45 te draaien bij Jos Wielakker. Na 45 jaar stopt hij met zijn professionele carrière als organist. Hij is 45 jaar getrouwd met Angeline. En na 45 jaar met veel plezier in Velddriel te hebben gewoond, is hij onlangs naar Hedel verhuisd. Vanuit zijn nieuwe onderkomen kan hij terugkijken op een glanzende loopbaan. Stoppen met orgelspelen doet hij niet.

door Loeki Bruinink

Hedel - Dat Jos Wielakker (76) kerkorgel speelt, vindt hij niet zo verwonderlijk. “Ik ben in 1944 bijna in de kerk geboren. Wij woonden in de Achterhoek. De noodkerk in Lievelde zat aan ons huis vast. Mijn vader had een soort Winkel van Sinkel, maar was ook koster, amateur-organist en zanger in de kerk.” Hij groeit dus op met orgelmuziek.
Al op 16-jarige leeftijd verlaat Jos de Achterhoek om in Utrecht aan het Nederlands Instituut voor Katholieke Kerkmuziek te gaan studeren. Zijn talent blijft niet onopgemerkt. Al een paar jaar later heeft hij de Prix d’Excellence te pakken. In Utrecht leert hij zijn vrouw Angeline kennen, nu al 45 jaar zijn steun en toeverlaat. Ze strijken neer in Velddriel. Een paar weken geleden verruilden ze die woonplaats voor Hedel.

Wielakker kijkt tevreden terug op zijn loopbaan. Hij gaf concerten, maakte radio-opnames en platen. Hij bespeelde orgels in het hele land. Van de Utrechtse kathedraal tot een kerkje op de Amsterdamse Wallen, van de grootse Sint Jan in Den Bosch tot het intieme kerkje in Rossum. Ook begaf hij zich buiten de Nederlandse grenzen en speelde in België, Frankrijk en Noorwegen.

Van 1975 tot 2009 is Wielakker de vaste organist in de Martinuskerk in Kerkdriel. Vanaf 1998 vervult hij dezelfde functie in de Martinuskerk in Velddriel, gecombineerd met het dirigentschap. Afgelopen mei zette hij een punt achter zijn professionele carrière. De coronatijd had hem aan het denken gezet. Hoe lang wilde hij nog doorgaan? Met dat oefenen, die uren van voorbereiding? “Soms is dit vak nogal schizofreen”, lacht hij. “Als organist speel je op klavieren en pedalen: dus met handen en voeten. Hoe groter de orgelpijp, hoe meer kracht je moet zetten om er geluid uit te krijgen. Daarnaast moet je dus dirigeren. Is de tenor ziek? Dan neem je ook zijn partij waar.”

Wielakker heeft altijd veel waarde gehecht aan de samenwerking met het koor. “Het is een wisselwerking: geven en nemen. Je moet eerlijk en duidelijk zijn. Het draait om emotie. Koorleden denken soms dat ze er zijn als de muziek vanaf het papier in hun hoofd zit. Maar dan begint het pas. Wat van binnenuit komt, staat niet op papier. Ik wil graag horen wat ik voel.”

Of er nog een toekomst is voor zijn professie? Hij betwijfelt het. “Ik heb duizenden uitvaarten begeleid. Ook trouwerijen, maar dat werden er steeds minder. De kerken lopen leeg.” Getuige de reacties die hij op zijn aangekondigde afscheid kreeg, zal hij worden gemist. Helemaal stoppen met orgelspelen, doet hij niet. Orgel en piano verhuisden mee naar Hedel. Vorige week was hij al te horen in de Rossumse kerk.

Meer berichten

Het lokale nieuws in uw mailbox ontvangen?

Aanmelden