On-kruid: Brem

In deze rubriek vertelt Jules Faber wekelijks over planten die in Nederland te vinden zijn. Hij gaat hierbij in op de kruidengeneeskunde en hun benaming, maar geeft ook recepten prijs.

Deze struik kan hele hellingen en taluds langs (snel)wegen veroveren en kleur geven. Vooral de bloeiende gele, maar ook de roodgele, brem geven de bermen een vrolijk aangezicht. Een geliefde groeiplek zijn ook spoordijken.

De brem bloeit in de lente en tegen de tijd dat de zomer zich aandient is hij uitgebloeid. Wanneer de mooie, zoet geurende vlindervormige bloemen zijn uitgebloeid, verschijnen er zwarte peulen aan de struik. Deze peulen knallen met een 'knappend' geluid open en schieten de zaden weg. Dat brengt mij bij een oude legende over de heilige maagd Maria. Zij vervloekte de brem omdat de openspringende peulen zoveel lawaai maakte dat ze, terwijl ze zich verstopt had achter een bremstruik, bijna door Koning Herodes werd ontdekt.

De bijnaam 'bezembrem' komt omdat men vroeger bezems maakte van de brem. Men dacht dat men het kwaad met de bezemstruikbezems naar buiten kon vegen.

In de Romeinse tijd gebruikte men de gele kleurstof luteïne, gewonnen uit de brem, om kleding te verven.

Ondanks dat de struik licht giftig is, zijn de bloemen en bloemknoppen wel eetbaar. Ze smaken naar zoete erwten. Mijn tante gebruikte de bloemen als garnering in de vla of op de zelfgemaakte pudding. Als de hazen en konijnen de bloemen van de brem nog niet hadden opgegeten, die zijn er dol op.

Meer berichten

Het lokale nieuws in uw mailbox ontvangen?

Aanmelden