Column: Wat wij kunnen doen...

Door Robert Goesten, Michigan, U.S.A.

Vorige week werd herdacht dat het vijfenzeventig jaar geleden was dat het concentratiekamp Auschwitz door de Russen bevrijd werd. In het in Polen gelegen vernietigingskamp werden tijdens de Tweede Wereldoorlog meer dan een miljoen onschuldige mensen vermoord door de nazi's. Alleen maar omdat ze joods waren, homoseksueel, zigeuner of omdat ze zich tegen de nazibezetting van Europa verzet hadden. De meesten werden vergast, maar velen werden ook doodgeschoten of publiekelijk opgehangen. Daarmee werd het kamp het dieptepunt van het menselijke bestaan op onze aardbol.

Ooit hoop ik nog eens een bezoek aan het kamp te kunnen brengen. Niet uit sensatielust maar uit eerbied voor de slachtoffers en om een voorbeeld te geven aan anderen die dat nog niet hebben gedaan. De belangrijkste herdenking deed zich voor bij de ingang van het voormalige kamp waar onder een overkapping van tentdoek enkele overlevenden van de hel op aarde het woord voerden, gadegeslagen door de kamppoort met de slogan 'Arbeit Macht Frei'. Deze overlevenden waren de eregasten van de plechtigheden. De aanwezige notabelen kwamen eens op de tweede plaats.

De meeste overlevende sprekers legden vooral de nadruk op het in herinnering houden van de Holocaust, de massamoord die zo'n zes miljoen joden het leven kostte en waarschijnlijk ook aan ongeveer vijf miljoen andere onschuldige slachtoffers. Deze overlevenden weten dat het geheugen van de mensheid meestal nogal te wensen over laat vandaar nogmaals die oproep. De laatste generatie die de oorlog meegemaakt heeft sterft nu langzaam uit en neemt ook de laatste getuigen van de Holocaust mee het graf in.

Daarmee ontstaat het gevaar dat er minder of niet meer aan de grootste misdaad der mensheid gedacht wordt.

Mijn ouders spraken vaak over hun ervaringen tijdens de oorlog en hoe een herhaling ten alle tijden voorkomen zou moeten worden. Dat was wrang want de wereld heeft sinds mei 1945 meerdere nieuwe volkerenmoorden gekend. Zelfs op Europees grondgebied, op de Balkan in de jaren negentig. Wie moet echter die boodschap uit gaan dragen nadat de laatste overlevende van de oorlog dood is?

Dat zijn wij, de na-oorlogse generaties die over het algemeen goed weten wat er in Europa heeft plaatsgevonden tussen 1940 en 1945. Wij zullen op onze kinderen en desnoods op de kinderen van onze kinderen over moeten blijven brengen wat vreemdelingenhaat en antisemitisme kunnen veroorzaken.

Hoe? Door met die jongeren naar oorlogsdocumentaires te kijken en hun ogen niet letterlijk te sluiten voor alle gruwelijke beelden. Door hen te laten lezen over de verschrikkelijke daden van de nazi's. Door hen mee te nemen naar een dodenherdenking op 4 mei. Door hen op te voeden in het besef dat vrede en een tolerante samenleving geen automatisme is. Dat vreemdelingenhaat en antisemitisme geen plaats in onze maatschappij verdienen. Alleen dan kunnen we zeggen dat we ons best hebben gedaan om een nieuwe holocaust te voorkomen.

Meer berichten