Aardpeer (Helianthus tuberosus)

In deze rubriek vertelt Jules Faber wekelijks over planten die in Nederland te vinden zijn. Hij gaat hierbij in op de kruidengeneeskunde en hun benaming, maar geeft ook recepten prijs.

Deze plant kan tot wel twee meter hoog worden en heeft bloemen die lijken op de zonnebloem. Hij is dan ook familie van de zonnebloem en komt oorspronkelijk uit Amerika, waar deze tot de 'groenten' behorende plant gekweekt werd. Hij werd voor het eerst in Italië rond 1600 ingevoerd en werd daar 'Girasole' genoemd, oftewel 'Draai naar de zon'.

De knollen van de aardpeer zijn eetbaar en kunnen het best geoogst worden na de eerste nachtvorst. Deze, op gemberwortels lijkende, knollen bezitten kleurrijk vruchtvlees van wit tot violet-achtig. Rauw smaken ze goed. Ze zijn lekker knapperig en lijken qua smaak op de artisjok. De knollen bezitten veel zetmeel, ijzer, fosfor en vitamine B. Maar ook veel van het koolhydraat inuline, wat de diabetes' goed in de oren zal klinken. Want uit inuline kan met weinig moeite fructosesuiker gewonnen worden. Dit fructosesuiker heeft een hogere zoetkracht dan normale suiker en heeft vrijwel geen effect op de suikerspiegel. Van de aardpeer wordt in Mexico tequila gemaakt en is een halfproduct voor de verf- en plasticindustrie.

Mijn oma bakte de aardperen als schijfjes of kwartjes even lekker bruin of maakte er een ovenschotel van met wat takjes rozemarijn, wat olijfolie, teentje knoflook en wat zout. Ik herinner me nu nog de heerlijke geur van de stoofschotel. Doe ook wat aardperen in de soep, winterse kan het niet.

Meer berichten