On-kruid: Maretak

In deze rubriek vertelt Jules Faber wekelijks over planten die in Nederland te vinden zijn. Hij gaat hierbij in op de kruidengeneeskunde en hun benaming, maar geeft ook recepten prijs. Deze keer over de maretak.

Deze halfparasiet is behoorlijk eigenzinnig. Ze trekken zich niets aan van de natuurwetten die voor de meeste planten gelden. Hij bloeit in februari, rust in de zomer en zijn bessen rijpen in december. In de donkere winterdagen blijft de maretak groen, ondanks dat de bomen kaal zijn. De plant kan niet zonder een gastheer, dat zijn meestal appelbomen, populieren en linden. Voor de voortplanting is hij afhankelijk van vogels die de plakkerige witte besjes met zaden verspreiden, de besjes smeren ze met hun snavel aan de takken. De kleverige besjeslijm zorgt ervoor dat de zaadjes zich stevig aan de tak hechten. Daarna boort de maretak een gaatje in de bast.

De maretak staat in Engelse en Scandinavische sprookjes voor liefde en vriendschap. De witte besjes staan symbool voor de tranen van de godin van de liefde Frigg. Dat zijn verdrietige tranen, omdat haar geliefde zoon Baldr is overleden.

Het ritueel om elkaar te mogen kussen onder de maretak is waarschijnlijk een overblijfsel van de druïden. In hun cultuur was de maretak het symbool van vrede en liefde. Omdat hij het hele jaar groen blijft, zagen ze dat als de overwinning op de winter.

De maretak was ook het symbool voor het eeuwige leven omdat hij wel 70 jaar oud kan worden.

In Nederland komt hij alleen voor in Zuid-Limburg. De meeste maretakken die hier te koop zijn komen uit Engeland.

Meer berichten