Column: De Tolbrug

Door Louis van der Sangen

Daar wil je eigenlijk helemaal niet zijn, maar als je daar wel móet zijn dan ben je daar op de juiste plek. Tenminste dat is mijn ervaring. Ik hoef daar gelukkig niet te zijn voor mij persoonlijk. Brengen, halen en tussendoor een enkele keer wachten is mijn deel. En dat wachten is steeds weer een indrukwekkende ervaring. Tijdens de spits naar het JBZ of terug rijden? Dan is de ANWB onderweg app altijd een goede raadgever. Meestal is dan de oude weg via de Hedelse brug de beste optie.

Afijn, weer terug naar het wachten in de wachtruimte bij de Tolbrug. Een rustige ruimte en de koffie, thee of een watertje staan tot je beschikking. En dan zijn er ook nog die vriendelijke dames die dat allemaal voor je willen inschenken en ook de tijd nemen voor een praatje. Hierdoor wordt er een ontspannen situatie gecreëerd. Deze ruimte is vaak behoorlijk gevuld met wachtenden voor een behandeling. Dat kan fysiek, psychisch of op een andere manier ondersteunend zijn. Of een combinatie van dit alles. En wanneer ik tijdens zo'n wachtmomentje vanachter mijn lekker kopje koffie de aanwezige gezelschap gade sla, dan word ik stil. Zo'n gezelschap wisselt voortdurend van samenstelling. Het komt en het gaat. Om het half uur staat er een ploeg supervriendelijke hulpverleners en de meesten in uniform klaar. Ook vaak met een stagiaire. Er is een grote behoefte aan deze hulpverleners. Een bijzondere groep mensen en waarvoor mijn diepe respect dus.

Deze hulpverleners zijn er om iedere aanwezige hulpbehoevende te helpen. Bij sommige zie je aan de buitenkant niet wat er aan mankeert, maar bij de meeste overduidelijk wel. De stemming is overigens niet negatief. Integendeel! Er wordt gepraat, vooral over de voortgang van de behandeling, kwalen en beperkingen die eenieder ondergaat. Er worden grapjes gemaakt en zelfs gelachen. Ik word er steeds stil van. Het zijn mensen die niet bij de pakken neerzitten en alle aangeboden hulp met beide handen aangrijpen, omdat ze door willen gaan ondanks de beperkingen en handicaps. Sommige zijn al maanden of zelfs jaren in behandeling. Ik hoor en zie het zo aan en dan vind ik dat ik niet moet klagen als er een spierpijntje is of mijn knie een beetje protesteert. Hier zijn mensen die nog moeten wennen aan het ontbreken van een lichaamsdeel en sommigen zijn al met één of meer protheses aan de slag gaan. En het weer zo goed mogelijk te willen leren lopen en of leren omgaan met rollator of rolstoel. Of al jaren aan het herstellen zijn van een auto ongeluk, een kortsluiting in de hersenen of wat voor aandoening dan ook. Grote bewondering voor iedereen. En als ik maar enigszins kan helpen door een stoel opzij te schuiven, mijn plaats af te staan, een praatje kan maken of een kopje koffie voor iemand kan inschenken dan doe ik dat graag. Dat kleine beetje aandacht doet een mens al goed. Het gevoel geven dat ze gezien worden en er bij horen. En dat doet dan mij weer goed.

En als ik dan weer met mijn pinpas naar de parkeerautomaat loop en weer een paar eurootjes mag afrekenen dan klaag ik daar niet meer over. Iedereen in die wachtkamer wil graag met mij ruilen en willen graag zelfs het honderdvoudige betalen.

Meer berichten