Column: In Holland staat een huis

Door Robert Goesten, Michigan, U.S.A.

Het zit Nederland niet mee. De stikstofcrisis en de PFAS-crisis liggen zwaar op de maag van zowel de bouw- en grondverzetbedrijven, als de boeren. Het is heel goed mogelijk dat uit deze problemen weer een economische recessie ontstaat. Tenminste als er niet gauw een duurzame oplossing wordt gevonden. Als u denkt dat het een en ander u niet raakt, heeft u het mis. Als de boeren in de knel komen, komt de zuivel- en voedselproductie in gevaar en dat betekent hogere prijzen. Als de bouw in het nauw komt, komt de productie van woningen in gevaar, wat u of uw kinderen duur kan komen te staan. Het is nu al voor jongeren haast onmogelijk om in je eentje een woning te kopen. Het vraagt al gauw om tweeverdieners om een 'goedkope' eengezinswoning in de starterssector te kunnen bekostigen. Het lijkt dan ook vooralsnog verstandig om zuinig te zijn op het huis dat u momenteel bewoont.

Ik woon al jaren niet meer in het dichtbevolkte en, voor wat betreft huizenbezit, dure Nederland. De Bommelerwaard is daar geen uitzondering in. Ik denk echter nog vaak terug aan mijn eerste en tevens laatste huis. Het was een statig gebouw uit het jaar 1875 met een roemrijke geschiedenis. Het was ooit gebouwd door de Drielse burgemeester van Haaren en werd onder andere achtereenvolgens gebruikt als woning voor de burgemeester, twee huisartsen en een gemeentesecretaris en hun gezinnen. Het werd ook een periode benut voor kamerverhuur en als gemeentekantoor waarna ik het bewoonde en tevens als bedrijfskantoor gebruikte. Het was een heerlijk huis om te bewonen ondanks dat deskundigen beweren dat ik enige tijd het huis deelde met een poltergeist.

Ik had, omdat het huis op een hoek van twee straten stond, acht buren die me allemaal even vriendelijk gezind waren. Eén van de buren had een kroeg, hetgeen me in de zomerdag als de deur openstond wel eens uit mijn slaap hield. We woonden met zijn allen zo kort bij elkaar dat je in theorie je buren 's nachts kon horen snurken. Op zondagochtend, als het dorp uitsliep, hoorde ik de kraaien verzamelen op het dak van mijn huis dat het hoogste punt van de wijk vormde. Hun gekras was luid, maar niet agressief, alsof ze respect opbrachten voor de doorslapers. Mijn huis stond tijdens de jaarlijkse kermis aan de rand van het kermisterrein en dat was wel zo gezellig. Met carnaval was het uiteraard mijn uitvalbasis. Komende van een carnavalsfeest was het meestal maar enkele meters lopen en ik kon mijn vermoeide lijf in het water van een warm bad vleien. De winkels in het centrum van het dorp waren binnen handbereik en ik was elke ochtend de eerste klant bij de warme bakker om de hoek. Op weg naar de bakkerij groette ik dan buurtgenoten die op weg waren naar hun werk. Ik denk, zo kunt u nu wel constateren, nog vaak met nostalgische gevoelens terug aan mijn 'droomhuis' en ik heb enkele jaren geleden dan ook met pijn in het hart afscheid van het gebouw genomen. Dat is niet erg. Een huis is slechts een berg stenen. Wat het voor je betekent is wat je er van maakt. Daar brengt geen stikstof of PFAS enige verandering in.

Meer berichten