Mispel (Mespilus germanica)

In deze rubriek vertelt Jules Faber wekelijks over planten die in Nederland te vinden zijn. Hij gaat hierbij in op de kruidengeneeskunde en hun benaming, maar geeft ook recepten prijs. Deze keer over de mispel.

Een mispel is een klein boompje verwant aan de appel en de peer en ze worden nog maar zelden aangeplant. Jammer, want de struik geeft lekkere vruchten.

De mispel is door de Romeinen naar Europa gebracht, vanwege zijn hoge gehalte aan vitamine C.

Zo omstreeks oktober hangen de vruchten aan de struik, daarna moet je even geduldig zijn. Laat er eerst een paar nachtvorsten overheen gaan, voordat u oogsten. De vorst zorgt ervoor dat het vruchtvlees zacht wordt, wat de smaak ten goede komt. Na de oogst is het raadzaam om de vruchten een tijdje op een koele plaats te bewaren. Ze lijken dan wel te gaan rotten, maar dat is niet het geval. Daar komt de uitdrukking zo rot als een mispel vandaan.

Als de vruchten zacht zijn geworden, moet de schil van het zachte vruchtvlees getrokken worden en de zaden verwijderd worden.

Mispels hebben een 'licht' laxerende werking.

Gelei
Een mispel heeft een sappig, zoetzure smaak en je kunt er heerlijke gelei van maken. De gelei maak je door de gepelde vruchten, op een laag pitje in een pan met water gaar te stoven. Giet ze dan af door een zeef.

Voeg per 750 cc, 500 gram suiker of suikervervanger toe en kook de vloeistof tot hij dik wordt en laat hem afkoelen.

De gelei is een traktatie bij wildvlees, van de mispels kan ook nog jam en een droge witte wijn gemaakt worden.

Meer berichten