Column: Telefonisch depressief

Door Robert Goesten, Michigan, U.S.A.

De stad waar ik woon herbergt een universiteit met zo'n vijfentwintigduizend studenten; Central Michigan University. Een relatief kleine universiteit dus. Zij is echter zeer actief in het organiseren van presentaties en lezingen en ik ben dan ook een regelmatige klant. Mijn voorliefde gaat daarbij uit naar geschiedenis en heb dan ook lezingen bijgewoond die verzorgd werden door concentratiekamp-overlevenden of door overlevenden van de atoombom op het Japanse Nagasaki. Toch loop ik ook wel eens warm voor een presentatie of lezing met een meer eigentijds onderwerp. Zo trok recentelijk de volgende aankondiging mijn aandacht: "iGen: Understanding the smartphone generation by Dr. Jean Twenge"; ofwel in normaal Nederlands: iGen: Het begrijpen van de smartphonegeneratie, door Dr. Jean Twenge. iGen is de generatie jongeren die geboren is na 1995 en die tijdens hun jonge leven met smartphones is opgegroeid. Ik ben iets eerder geboren en ik heb nog zo'n telefoon met een klepje en weet maar weinig van smartphones. Daarom was ik misschien wel juist de aangewezen persoon om naar die lezing te gaan, want ik kan wel wat meer begrip voor die generatie onder de motorkap gebruiken. Ik zie immers ook de jongeren 'de hele dag' voorover gebogen over hun mobiele telefoons met hun vingers tekeer gaan alsof het een lieve lust is. En ik weet ook dat veel ouders worstelen met het aan paal en perk stellen van het gebruik van de zaktelefoon door hun kroost.

De befaamde professor Twenge heeft over het verloop van enkele decennia een uitgebreid onderzoek verricht onder jonge smartphonegebruikers naar hun gedragingen en mentale welzijn. Daaruit bleek dat de zogenaamde iGen-generatie fundamenteel anders is dan de generatie voor hen. Volgens haar als gevolg van de uitvinding en het gebruik van de smartphone. De iGen-jongeren volgroeien langzamer en het duurt langer eer zij deel gaan nemen aan volwassen activiteiten zoals werken, autorijden, daten, seks en het gebruik van alcohol. iGen-jongeren brengen meer tijd door op sociale media dan met vrienden in de persoonlijke sfeer. Contacten worden gelegd en onderhouden via apps en sms zonder dat men elkaar ergens treft of op zijn minst hoort via de telefoon. Volgens Twenge is er een duidelijk verband tussen die verschijnselen en de terugloop in gezondheid zowel mentaal als lichamelijk. Dat is volgens haar een verklaring van de forse toename van depressiviteit, angstaanvallen en zelfmoord onder de iGen-generatie vanaf het jaar dat het bezit van smartphones als ingeburgerd werden beschouwd: 2012. Twenge stelde voor een geschokt publiek dat de iGen-generatie fysiek veiliger is, ze zitten de hele dag op de bank, maar mentaal aanzienlijk zwakker.

Laatst zat ik in een restaurant en aanschouwde een tafel met zes jongeren van rond de twintig. Ze spraken niet met elkaar maar zaten slechts voorover over hun mobieltjes gebogen. Ze hadden waarschijnlijk medelijden met mij met mijn aftandse toestelletje. Echter, ik had meer medelijden met hen.

Meer berichten