Dahlia

In deze rubriek vertelt Jules Faber wekelijks over planten die in Nederland te vinden zijn. Hij gaat hierbij in op de kruidengeneeskunde en hun benaming, maar geeft ook recepten prijs. Deze week de dahlia.

Wat zijn ze toch mooi hè, dahliabloemen. En dat in deze tijd van het jaar, waarin nog maar weinig bloemen in bloei staan. Zo nu en dan wissel ik de dahliaknollen uit met mijn overbuurman, om meer verschillende kleuren in mijn herfsttuin te krijgen. Omdat de knollen slecht tegen vorst kunnen en in de herfst uitgegraven moeten worden, is dat altijd een mooie gelegenheid om de knollen met elkaar te ruilen.

U kunt vast de uitdrukking 'te mooi om op te eten'. Nou, dat zou weleens betrekking kunnen hebben op de dahlia. De bloemen én knollen zijn namelijk eetbaar. De bloemen smaken naar radijs, de knollen hebben geen uitgesproken smaak. Het lijkt een beetje op zoete aardappelen.

De dahlia bezit dezelfde gezonde eigenschappen als de aardappel. Dan moet u denken aan zetmeel, vitaminen C, B6 en vezels, om er maar een paar te noemen, die allemaal makkelijk verteerd en opgenomen worden door het lichaam.

Oogst de knollen zodra de bloemen zijn uitgebloeid, om ze daarna te koken of te stomen, of om er puree van te maken. Ze zijn ook geschikt om te bakken. Je kunt er ook pasta van maken. Doe er dan de radijsachtige smakende bloemblaadjes als smaakmaker doorheen.

De dahlia komt oorspronkelijk uit Zuid-Amerika en was een geliefd voedsel bij de Azteken. Ook maakte de Azteken van de knol een huidzalf, tegen schrale plekken en huidaandoeningen.

Meer berichten