Column: Junyo Maru

Door Robert Goesten, Michigan, U.S.A.

We kennen allemaal wel wat data in een jaar waarop we iets of iemand herdenken. Officiële data zijn onder andere 4 en 5 mei voor de dodenherdenking en de viering en herdenking van de bevrijding van de nazi's in 1945. Op 11 september herdenken ook veel Nederlanders de terroristische aanslagen van 2001 in Amerika. Vandaag is het 18 september en je zou denken: wat is er vandaag te herdenken? Niets toch? Toch is het een datum die voor Nederland tamelijk belangrijk was en is. Niet alleen werd de inmiddels overleden zanger Hans Vermeulen op deze dag geboren, maar op 18 september 1944 werd Eindhoven bevrijd door Engelse en Amerikaanse luchtlandingstroepen.

Op dezelfde dag werd voor de kust van Sumatra een Japans schip, de Junyo Maru, gevuld met krijgsgevangenen voor de kust van Sumatra (Indonesië) getorpedeerd. Daarbij kwamen zo'n zesenvijftighonderd mensen om het leven, bijna vier keer zoveel als het aantal drenkelingen bij het zinken van de Titanic in 1912.

Onder die zesenvijftighonderd doden waren maar liefst duizend Nederlanders. Ze zouden allemaal op Sumatra aan de tweehonderdtwintig kilometer lange Pekanbaruspoorweg gaan werken. Als slaven welteverstaan.

De toestand aan boord van het schip tijdens de reis naar Sumatra was op zijn zachtst gezegd erbarmelijk. Door de hitte en de viezigheid braken aan boord ziekten als dysenterie uit. Het beetje water dat aanwezig was, was niet bestemd voor de gevangenen, maar voor de Japanners die de reis begeleidden. De gezondheid van de gevangenen ging snel achteruit. Door uitputting stierven er al enkelen. Deze gevangenen werden zonder ceremonie overboord gegooid.

Op maandagmiddag 18 september werd het schip getroffen door een explosie en even later door een tweede. Het schip schudde hevig. Delen van het schip vlogen alle kanten uit en de Junyo Maru begon langzaam maar zeker te zinken. Naar schatting zeshonderdvijfenzeventig man, krijgsgevangenen en Japanners konden door Japanse begeleidingsschepen worden gered. De overigen verdronken, waaronder de Nederlanders. Het schip was getorpedeerd door een toevallig in de buurt zijnde Engelse onderzeeër omdat het schip als krijgsgevangenentransportschip niet het afgesproken teken, een groot rood kruis, voerde.

Het schip werd bij leven een helleschip genoemd, een Japans koopvaardijschip dat gebruikt werd om krijgsgevangenen te vervoeren. De helleschepen waren berucht vanwege de slechte omstandigheden aan boord en de wrede behandeling van de gevangenen die in de ruimen gestouwd werden. Bij een torpedoaanval hadden deze mensen dan ook geen schijn van kans.

De Tweede Wereldoorlog die zich in het Verre Oosten afspeelde heeft nooit veel aandacht gekregen in Nederland. Het vaderland had zijn eigen ontberingen te verwerken. Toch verdienen de slachtoffers ook hun herdenking. Inclusief de duizend Nederlanders aan boord van de Junyo Maru die nooit meer thuis kwamen. Al is het maar in dit kleine artikeltje op 18 september 2019.

Meer berichten