On-kruid: Haagwinde

In deze rubriek vertelt Jules Faber wekelijks over planten die in Nederland te vinden zijn. Hij gaat hierbij in op de kruidengeneeskunde en hun benaming, maar geeft ook recepten prijs. Deze keer over de haagwinde.

Zijn Latijnse geslachtsnaam Convolvulus Sepium betekent 'omheen winden' en 'heg'. Deze keer is de Nederlandse naam haagwinde heel dicht bij de Latijnse naam gebleven. Helaas worden de kelkvormige bloemen van de Haagwinde ook wel 'pispotjes' genoemd. Dat doet de plant geen eer aan, ook al lijkt de vorm van de witte bloem op een pispotje.

De Belgen noemen de plant Maria kelkje, omdat de kelkblaadjes onder de bloem hartvormig zijn. Dat klinkt al heel wat beter.

Deze plant staat, ondanks dat de haagwinde een berucht onkruid is, op plaats zes van de lijst 'gevreesde onkruiden', omdat hij niet uit te roeien is. Hij klimt als een soort wurgslang omhoog langs hagen, bloemen en planten, hekwerken, ja, zelfs langs regenpijpen.

De licht zoetige, witte bloemen, die slechts één dag bloeien, gebruik ik als bakjes om die te vullen met roomkaas of zevenbladpesto, waarvoor u ik al in een eerdere aflevering het recept heb gegeven. Wanneer ik deze dan presenteer aan visite, zie je allemaal vrolijk gezichten.

Mijn tante droogde altijd de stengels en de witte bloemen om er een laxerende thee van te zetten. Maar volgens oude kruidenboeken kun je daar ook de wortel voor gebruiken.

Er staat wel een waarschuwing bij. De thee werkt nogal heftig. Dus ben er voorzichtig mee. Een gewaarschuwd mens telt voor twee.

Meer berichten