Boerenwormkruid (Tanacetum)

In deze rubriek vertelt Jules Faber wekelijks over planten die in Nederland te vinden zijn. Hij gaat hierbij in op de kruidengeneeskunde en hun benaming, maar geeft ook recepten prijs. Deze week over boerenwormkruid.

De geslachtsnaam Tanacetum is afgeleid van het Griekse woord 'athanasia' dat 'onsterfelijk' betekent. Dit slaat vermoedelijk op het feit dat de bloemen niet makkelijk verwelken. Een andere uitleg kan zijn dat boerenwormkruid in de oudheid gebruikt werd om lichamen mee te conserveren.

Zijn vlakke gele bloemhoofdjes bestaan uit korte buisbloempjes en vormen aan het eind van de stengel een schermachtige pluim, de straalbloemen ontbreken. De toppen van het bloeiende kruid bevatten een kleurstof waarmee textiel geel, groen of bruin wordt geverfd.

Hij verspreid een sterke, kamferachtige geur en staat graag langs de weg. De plant is giftig voor mensen.

Men legde boerenwormkruid vroeger veel in de katten- en hondenmanden als middel tegen wormen. Ook hing de boer boerenwormkruid in zijn kippenhok. De vlooien hadden er een broertje dood aan en vertrokken na het ruiken van het kruid. Ook mieren en stekende insecten houden er niet van.

Krans
Men maakte vroeger vaak een krans van boerenwormkruid en hing deze aan de deur. Het maken van de krans is erg makkelijk. Koop een oaseschuimring en leg deze eerst 10 minuten in het water. Knip dan de bloemschermen af en steek deze in het oaseschuim.

Meer berichten