Column: Monsterlijke mythen

Door Jules Leerintveld

Vroeger (als je ouder wordt, praat je steeds meer over vroeger), had je vaak strenge winters. Na een paar nachtjesvorstjes wilde je dan graag op de ondergelopen weilanden als eerste proberen om over het dunne ijs te lopen. Soms had je vette pech en zakte je meteen door het ijs, maar vaak lukte het om voorzichtig schuifelend een heel eind de ijsvlakte op te komen. We waren nog jong en onbezonnen waardoor onze ouders waarschuwden voor het 'IJsmannetje'. Deze zou onder het ijs leven en je aan je benen onder het ijs trekken. We geloofden nog in Sinterklaas, dus zou het IJsmannetje ook wel bestaan.

Nieuwsgierigheid brengt je op plaatsen waar je anders niet zou komen. Afgelopen weken reisde ik door de grootste woestijn van Azië in het zuiden van Mongolië, de Gobiwoestijn. Een paradijs voor natuurliefhebbers. De leegte, de uitgestrektheid van het onherbergzame landschap maakte een onvergetelijke indruk. Ooit liepen hier dinosaurussen rond. Later was de Gobiwoestijn een onderdeel van het machtige Mongoolse rijk en doorkruisten belangrijke handelsroutes dit gebied. De temperaturen schommelen er tussen -50°C in de winter en +50°C in de zomer. Temperatuurverschillen van plus of min 35°C binnen één dag zijn niet ongewoon.

Baaska, de lokale gids, vertelt een verhaal over de Mongoolse dodenworm, een reusachtige worm die tot 1,5 meter lang kan worden en donkerrood van kleur is. Door de Mongolen wordt dit uiterst gevaarlijke monster 'olghoi khorkhoi' genoemd, wat 'met bloed gevulde darmenworm' betekent. Ik vraag Baaska waar dit verhaal vandaan komt. "In de Gobiwoestijn zijn uitgestrekte zandvlaktes en hoge zandduinen. Onze ouders waarschuwden ons dat we moesten maken dat we wegkwamen als het zand ging bewegen, want onder het zand woonde de dodenworm. Als je die aanraakte, zou je onmiddellijk sterven. De worm spuwde een soort zuur om de prooi te verteren en dit zuur was ook sterk genoeg om een mens of kameel te doden. Ook kon de dodenworm sterke elektrische schokken geven", zo vertelde zij.

Waarschijnlijk betreft het een verhaal uit overleveringen, want niemand heeft ooit een dodenworm gezien. Maar voor de Mongolen is de dodenworm geen mythisch wezen; als er bericht is van een dodenworm in de omgeving, pakken ze hun ger-tent op om deze ergens anders neer te zetten.

Veel mensen geloven in het bestaan van monsters, zoals de verschrikkelijke sneeuwman, de Himalaya Yeti, het Monster van Loch Ness of de Noord-Amerikaanse Bigfoot, hoewel het bestaan ervan slechts een legende is.

Het verhaal is mooi en interessant, dus vraag ik Baaska of ze de dodenworm een legende vindt of een waargebeurd verhaal. "Het is voor de helft een legende en voor de helft waar." "Voor de helft een waar?", vraag ik haar. "Ja, want je kunt toch niet zeggen dat je ouders liegen." Een prachtig antwoord, dat tevens een cultuurverschil aangeeft tussen ons westerlingen en de meeste natuurvolkeren, waar respect voor de natuur en je ouders hoog in het vaandel staan.

Meer berichten