Money and more money

door Jules Leerintveld

Wat is de overeenkomst tussen Beijing, Lima, Panama-stad, Kuala Lumpur, Addis Abeba en vele andere plaatsen in de wereld? Chinezen! In elke stad van enige betekenis heb je winkeltjes waar je voor een paar euro de grootste prullaria en rotzooi kunt kopen. Van kleding tot speelgoed, van souvenirtjes tot huishoudelijke artikelen. Deze winkels, variërend van ieniemienie tot grote lange balzalen, worden vaak gerund door Chinezen.

Chinezen zullen Chinezen niet zijn als er ook geen handel plaatsvindt. Op het eiland Penang in Maleisië komen wij terecht op een pleintje bij een Chinese tempel. Vlakbij de ingang staan tientallen vogelkooitjes op elkaar gestapeld. In elk piepklein kooitje zitten vijf, zes vinkjes die er lustig op los kwetteren. Mijn reismaat kan deze dierenellende niet aanzien en fase één van zijn verontwaardiging treedt in werking: verbaal produceert hij de nodige decibellen. Dit wordt vrijwel onmiddellijk gevolgd door fase twee: drukke gebaren en een intenser wordende mimiek. Zijn adrenalinepeil stijgt naar tropische hoogten. Dan wordt alarmfase drie geactiveerd: voordat zijn adrenalinegehalte het kookpunt bereikt treedt hij handelend op. Als dierenvriend heeft hij een slijtvaste moraal. Hij koopt drie vogeltjes vrij en laat ze los. De vogeltjes vliegen tien meter verder in de dichtstbijzijnde boom. Ze zijn vrij! Zijn ze vrij? Niet echt, want de vleugeltjes van alle vogeltjes zijn gekortwiekt en dus kunnen ze maar een klein eindje vliegen. Op het eind van de dag lokken de Chinezen de vogels en vangen de meesten weer, waarna ze opnieuw verkocht kunnen worden. Chinezen hebben een enorm geloof of bijgeloof om de Goden gunstig te stemmen. Het vrij laten van vogeltjes is zo'n voorbeeld. Hiermee hopen ze hun lot positief te beïnvloeden. Dat hun 'goede karma-actie' de volgende dag weer in een kooitje zit, maakt niemand wat uit. Geloof of bijgeloof, wanneer is er sprake van het een en wanneer van het ander? Is er onderscheid… En geloof je daarin?

De volgende dag komen we in een restaurant terecht dat helemaal met kerstlichtjes is versierd. Een dikke Chinees zwaait de scepter en als een echte gastheer loopt hij langs alle tafeltjes om te informeren of het eten smaakt en of alles naar wens is. De twee restaurantkatten, die alle tafeltjes langsgaan om te kijken of er iets van hun gading te vinden is, zijn van hem. De dierenvriend in mijn maat ontwaakt weer en hij knoopt een gesprekje aan met de corpulente Chinees over zijn katten. Uiteraard is hij benieuwd naar de namen van de katten. Zijn eigen poezen heeft hij zeer aparte namen gegeven, ze luisteren naar de namen Beertje en Snuitje. De Chinees lispelt de twee namen van zijn katten op, twee onverstaanbare Chinese namen volgen. Op onze vraag wat die namen betekenen, antwoordt hij gul lachend: "Money and more money."

Meer berichten