Mannengriep

door Jelmer aan den Toorn

Maart roert zijn staart, dat is een ding dat zeker is. Hadden we in februari een aantal hele mooie dagen, inmiddels is het weer net alsof het herfst is. En dat aan het einde van de winter met de lente in aantocht. Het weer is iets waar Nederlanders nooit over uitgesproken zullen raken en waarover we altijd iets te klagen zullen hebben. Zoals het Nederlanders betaamt. Het weer is nooit goed. Te koud, te nat, te warm, altijd is er wel iets te klagen. En iedereen die zegt dat het hem of haar niet uitmaakt wat voor weer het is, die liegt. We hebben allemaal zo onze voorkeur. Ik vind in principe alle seizoenen wel iets hebben, zolang het maar niet teveel regent. En zolang het ook niet heel lang zo verzengend heet is. Een graadje of 20, 25 is prima.

Als we iets niet in de hand hebben is het Moeder Natuur, dus we moeten het doen met wat we voorgeschoteld krijgen. En zo houden we toch ook altijd weer iets om lekker over te klagen en zeuren. Stel dat het continu hetzelfde weer zou zijn, waar zouden we dan toch over moeten praten? Waar zouden we dan de inspiratie voor een gesprek vandaan moeten halen?

Ik merk dat soms wel eens, dat het moeilijk is een gesprek op gang te houden. Met de ene persoon ben je zo een paar uur verder over allerlei verschillende onderwerpen, met een ander is het al moeilijk om vijf minuten een gesprek te voeren. Fascinerend eigenlijk. Komt dat doordat de ene gesprekspartner interessanter is, of dat die meer op jouw 'golflengte' zit? Het kan natuurlijk ook aan mij liggen. Eerlijk is eerlijk, ik heb ook wel eens met iemand een poging tot een gesprek gedaan en na twee zinnen toch maar gauw gezegd dat ik naar het toilet moest, om maar onder dat gesprek uit te komen.

Het zal wel iets natuurlijks zijn, een soort automatische schifting in gesprekspartners. Er zal ook vast wel een psychologische of wetenschappelijke onderbouwing voor zijn, maar zover heb ik me er nog niet in verdiept. Als beheerder van een dorpshuis moet je natuurlijk ook met iedereen kunnen praten, al is het met de één iets langer dan de ander. Waarom zou je daar een verklaring voor willen? Ik hoef dat niet per se, maar ik vind het wel een interessante constatering dus.

Na alle carnavalsdrukte van vorige week, waar ik met een voldaan gevoel op terug kon kijken, kwam er een minder fijn gevoel de hoek om zetten. Ik werd geveld door de griep. Ja goh, daar heeft half Nederland last van gehad, zult u zeggen. Dat klopt. Maar ik had natuurlijk mannengriep. Dat is hetzelfde als gewone griep, maar dan een keer of 10 erger. Of 100 keer erger, ik kan er een nulletje naast zitten. De eerste nachten was ik blij dat Magere Hein mijn huisje voorbij gegaan was, inmiddels gaat het wel weer een beetje en lijkt de mannengriep op zijn retour.

Alle gekheid op een stokje, ik dacht dat de griep mij wel over zou slaan. Carnaval en de vele uurtjes arbeid die daarbij hoorden, inclusief de honderden verschillende mensen onder één dak en ik was gewoon aan de beurt. Niet eens zo gek eigenlijk. Paracetamol, de bank en mijn bed zijn op het moment van schrijven van deze column mijn beste vriend. Inclusief de bijbehorende slaap. Wat toch vaak het beste medicijn is.

Meer berichten