Winterakoniet

In deze nieuwe rubriek vertelt Jules Faber wekelijks over planten die in Nederland te vinden zijn. Hij gaat hierbij in op de kruidengeneeskunde en hun benaming, maar geeft ook recepten prijs.

Ieder jaar is er in januari/februari weer een strijd tussen het sneeuwklokje en de winterakoniet: Wie staat als eerste in bloei? Meestal wint het sneeuwklokje, maar dit jaar is het de winterakoniet. De plant heeft net iets sneller zijn weg gevonden tussen de eikenbladeren.

En dat terwijl hij hier niet oorspronkelijk vandaan komt, maar uit Midden- en Zuid-Europa. De rijke adel heeft ze hier naartoe gehaald, honderden jaren geleden, om de tuinen rondom hun stenen huizen, op te leuken. Daarom heeft hij ook de Nederlandse bijnaam Stinzenplant gekregen, 'stins' is Fries voor huis van steen.

Gaat het vriezen, dan bedekken zijn in een krans staande groene bladeren, het bloemhoofdje tegen de vorst.

De gele bloemen van de winterakoniet openen zich alleen maar overdag. Dan krijgen de insecten, die net uit hun winterslaap zijn, gelegenheid om van de nectar te snoepen. Toch zijn de mieren voor een groot deel verantwoordelijk voor de verspreiding van de zaadjes, die zakjes vet bevatten. Die zakjes worden 'mierenbroodjes' genoemd.

Mocht je wat bloemetjes mee naar huis willen nemen, was daarna dan goed je handen. Het plantje is namelijk giftig. Dat geldt ook voor het op een kleine erwt lijkende knolletje van de winterakoniet.

Wil je de plan in je tuin planten, doe er dan wat humusrijke grond bij. De winterakoniet is namelijk van origine een bosplant.

Meer berichten