Logo carillon.nl


Wij hebben de tijd

door Jules Leerintveld

Vorige maand reisde ik met de Transmongolië-express dwars door Siberië, het meest roemruchte railtraject ter wereld. Vanaf Moskou duurt het eerste gedeelte van de treinreis bijna vier dagen tot Irkutsk in het oosten van Siberië. De trein zet zich tergend langzaam in beweging. We laten de lichtjes van Moskou achter ons en rijden de duisternis in. Voor ons ligt bijna 8.000 kilometer spoor door zes tijdzones naar Beijing.

Vier dagen achtereen zit ik opgesloten tussen vreemde mensen in een benauwde treincoupé. Zou de tijd even stilstaan of zou ik me door de dagen heen moeten slepen? Vaak rijdt de trein vele uren achtereen naar een volgend station. De dagen lijken op elkaar. Het besef van tijd raak ik langzaam kwijt. Geleidelijk kom ik in een bepaalde cadans en doe wat ik op dat moment wil doen. Niks moet, bijna alles mag tijdens deze reis: vrienden maken, luieren, lezen, slapen, eten, doezelen, fotograferen, aantekeningen maken en biertjes drinken in de restauratiewagon. Tussendoor staar ik uren naar de onmetelijke berkenbossen en naaldwouden van Siberië.

Het heeft geen zin om je op te winden over de vele uren en het aantal dagen dat je nog in de trein moet zitten. Het ritmische getik van de wielen op de rails, kedeng-kedeng, voelt hypnotiserend. Mede hierdoor wordt het besef van tijd na een paar dagen anders. Het maakt niet uit hoe laat ik opsta. Op een gegeven moment weet ik niet of het zes uur in de morgen is of twee uur in de middag. Het voelt als overgave.

De trein dendert door een onvoorstelbaar uitgestrekt landschap. Af en toe zien we dorpjes waar het leven is ingedommeld. We raken steeds dieper in Siberië, een naam die ontzag inboezemt. Ik denk aan eindeloze winters met dikke pakken sneeuw rondom een datsja, maar het is 25 graden. Eenmaal in de trein is eten één van de belangrijkste zaken. Na een korte stop in Novosibirsk maak ik voor de zoveelste keer kennis met de Russische gastvrijheid. Ik wil gaan slapen, want mijn lichaam vertelt me dat het wil rusten. Het is intussen half een 's nachts.

Terug in de coupé kom ik midden in een Russisch drank- en eetfestijn terecht. Het is niet de vraag óf ik mee doe, ik moet gewoon met de Russen mee-eten en -drinken: kruimige aardappels, kruidige worst, stevige kaas, hardgekookte eieren en gebraden kippenpootjes. Alles wordt voortdurend weggespoeld met glaasjes wodka. Het is niet de vraag óf ik het eten wegspoel met wodka, maar hoeveel glaasjes ik van dit sterke spul naar binnen kan gooien. Het eet- en drinkgelag gaat nog tijdje door. Het is midden in de nacht wanneer ik nog net in mijn eigen bedje kan kruipen, voordat ik in een diepe slaap val.

Friezen zeggen 'De tiid haldt gjiin skoft', de tijd staat niet stil. Maar voor deze mythische treinreis geldt een Surinaams gezegde: Jullie hebben de klok, maar wij hebben de tijd.

Meer berichten