Logo carillon.nl


Molenaars Petro van Doorne, Erwin van Gameren en Jan Maas houden als vrijwillige molenaars de Hurnse molen in beweging. Foto: Martien Wolfs
Molenaars Petro van Doorne, Erwin van Gameren en Jan Maas houden als vrijwillige molenaars de Hurnse molen in beweging. Foto: Martien Wolfs

Geschiedenis levend houden

Wie zich afvraagt waarom iemand in een tijd dat molens alleen nog een toeristische functie hebben nog molenaar wil worden, moet zijn oor te luister leggen bij de Hurwenense molen Vento Vivimus (wij leven van de wind). Daar houden maar liefst drie gediplomeerde molenaars de molen één dag per week aan het werk. Volgende week heeft de zaterdag voor hen een speciaal tintje; het is dan Nationale Molendag.

door Alie Bakkenes

Hurwenen - Zowel de Hurwenense Edwin van Gameren (55), Petro van Doorne (60) uit Tiel als de Kerkdrielse Jan Maas (62) zijn vrijwilligers en besteden hun vrije tijd aan het levend houden van de geschiedenis. Letterlijk en figuurlijk. Want wat voor mensen geldt, geldt zeker ook voor molens: rust roest. Om dat te voorkomen offeren de drie mannen graag hun vrije tijd op aan het draaiend houden van de wieken in Hurwenen.

Hoewel veel Aziatische en Amerikaanse toeristen denken dat heel Nederland is bedekt met eeuwig bloeiende tulpen, dat alle Nederlanders op klompen lopen en het land nog steeds afhankelijk is van windmolens, weten de Hurwenense molenaars wel beter. Klompen maken en dragen is een attractie geworden, tulpen bloeien ook hier alleen in het voorjaar en in Nederland zijn nog maar vijftien molens echt in bedrijf. De molen in Hurwenen is één van de twaalfhonderd molens die met vrijwilligers aan de gang wordt gehouden.

Volgens kersverse molenaar Jan Maas, gaat een molen die stil staat door vocht en houtworm snel achteruit. Stilstand werd ook de Hurnse molen bijna fataal. Nadat de laatste professionele molenaar Lies Remmerden het werk in 1962 beëindigde, stond het binnenwerk stil en verviel hij langzaam tot een wrak. Ook de ouders van Frans Pel, die de molen in 1971 kochten van de laatste molenaar, konden het tij niet keren. Pel: "Mijn vader heeft er met een beetje subsidie nog wel een rieten kap op gezet. Meer kon hij zich niet veroorloven."

De nieuwe kap die de gepotdekselde (planken) kap verving voorkwam dat de binnenkant van de molen nat werd, maar dat was bij lange na niet genoeg. Pel, die voorzitter is van de stichting Vento Vivimus en nog steeds bij de molen woont, besloot het geheel in 1988 voor één gulden te verkopen aan de toenmalige gemeente Rossum. Zij nam vervolgens de restauratie van de molen op zich, met als resultaat dat Vento Vivimus in 1991 in volle glorie kon worden heropend.

Beltmolen
Tegelijk met de symbolische verkoop van de molen werd ook de molenstichting Vento Vivimus opgericht en een advertentie gezet waarin werd gezocht naar een leerling molenaar. Timmerman Erwin van Gameren was één van de vijf mensen die reageerden op die advertentie en met één van hen begon hij aan de opleiding voor molenaar. "Hoewel ik toen pas 25 was, was ik erg geïnteresseerd in monumenten. Ik hield van kastelen, maar de molen viel voor mij ook in de categorie monument", vertelt hij op een regenachtige zondagmorgen in het 'vooronder' van de molen. Dit kamertje onder de molen bevindt zich in de 'belt' (berg) waarop de molen in 1875 werd gebouwd. De oorspronkelijke houten graanmolen die aan de straat stond, was bij een storm omgewaaid. Een nieuwe molen bouwen aan de weg was bij wet verboden; de draaiende wieken zouden voor te veel onrust zorgen bij passerende paarden. Omdat de nieuwe molen achter het huis te weinig wind ving, werd besloten hem op een 'belt' te zetten en daarmee was de huidige belt- of bergmolen geboren.

Leerlingen
Na de opening in 1991 hield Van Gameren de molen jarenlang in zijn eentje op zaterdagen aan de gang. Als hij eens wilde voetballen stond de molen stil. In 2014 kreeg hij versterking en wel van de zeer ervaren molenaar Petro van Doorne die jarenlang op de molen in Hellouw (aan de A15, nu museum) woonde en werkte. In het kielzog van Van Doorne, die ook instructeur is, kwamen de leerlingen. Ook Jan Maas is door Van Doorne opgeleid. Hij solliciteerde in 2015 in Hurwenen met het certificaat van afgelopen maart als resultaat. Maas: "Ik heb dertig jaar lang bij CHV mengvoeders met mijn handen in het meel gezeten, je kunt wel zeggen dat meel mijn passie is."
Maas, die ook vrijwilliger is op de Kilsdonkse molen in Heeswijk-Dinther, beseft zich terdege dat de komst van meelfabrieken als CHV, maar vooral de uitvinding van stoommachines en ook de komst van elektriciteit, de ondergang van de traditionele molen heeft betekend. Van de twaalfduizend molens die in de negentiende eeuw in Nederland in bedrijf waren, waren er op een bepaald moment nog maar duizend over. Inmiddels zijn het er weer twaalfhonderd en sinds eind vorig jaar staat het beroep van molenaar op de lijst van immaterieel erfgoed van UNESCO. Voor de molenaars is dat een garantie dat er geld beschikbaar blijft om leerlingen op te leiden en het ambacht te behouden.

Ontmoet de molenaar
Vanwege het belang van het ambacht hebben de Nationale Molendagen op 12 en 13 mei dan ook het thema: 'Ontmoet de molenaar'. In Hurwenen zijn de drie molenaars zaterdag 12 mei aanwezig. Voor bezoekers is er die dag een fototentoonstelling ingericht met foto's van de restauratie in de jaren tachtig en negentig en wordt de molenaarswerkzaamheden touwsplitsen en zeilmaken gedemonstreerd. Bij goede wind wordt er ook koren gemalen en kunnen bezoekers een zakje meel mee naar huis nemen waarvan ze zelf 'Hurns brood' kunnen bakken. Voor de kinderen ligt er een 'molen-doe-boekje' met puzzels en opdrachten klaar. Op 12 mei is de molen geopend van 11.00 tot 17.00 uur.
In de Bommelerwaard zijn nog drie molens geopend op Nationale Molendag: molen de Hoop en de Poldermolen, beiden in Zuilichem, en de Sara Catharina in Hoenzadriel.

reageer als eerste
Meer berichten
 


Shopbox