<p>Frans van Heel bij de ingang van de Hurnse Kil. Het informatiebord is ontvreemd. Bandensporen wijzen op vernielzucht.</p>

Frans van Heel bij de ingang van de Hurnse Kil. Het informatiebord is ontvreemd. Bandensporen wijzen op vernielzucht.

(Foto: Loeki Bruinink)

‘Straks geen haas of ree meer in Kil’

Loslopende honden in de Hurnse Kil: het is Frans van Heel een doorn in het oog. Ze jagen de dieren op en verdrijven ze uit het natuurgebied tussen Zaltbommel en Hurwenen. Onlangs nog vond hij een verdronken ree. “Reeën kunnen zwemmen, maar als ze nergens veilig aan land kunnen, gaat het mis.” En het blijft misgaan, als er geen maatregelen worden getroffen.

door Loeki Bruinink

Hurwenen - In de afgelopen jaren zag Frans van Heel steeds meer diersoorten verdwijnen uit het kwetsbare natuurgebied, grenzend aan zijn woonplaats Hurwenen. “De gele kwikstaart, ransuil, patrijs. Van de reeën zijn er waarschijnlijk nog maar twee of drie over. Ook hazen en fazanten zie je steeds minder.” Als oorzaak ziet hij de verstoring van hun leefgebied: door loslopende honden die de beesten opjagen en die ziekmakende wormen en bacteriën verspreiden met hun poep. En door mensen die letterlijk sloten forceren om met hun auto of crossmotor door de uiterwaarden te kunnen scheuren.

Onrust
Wie nou denkt het met een hondenhater van doen te hebben, heeft het mis. Van Heel (72), een boerenzoon, heeft zelf altijd honden gehad. “Vooral bordercollies, maar nu heb ik een vuilnisbakkenras uit het asiel. Die loopt rustig naast me, maar ziet hij een vogel dan wil hij daar meteen achteraan. Daarom houd ik hem aan de riem. Iets wat veel hondenbezitters niet doen.” Regelmatig spreekt hij de baasjes er op aan. “Laatst vroeg ik een hondeneigenaar om zijn labrador aan te lijnen. Ik kreeg als reactie een opgeheven middelvinger en de opmerking dat het een labradoodle was. Tsja... Een vrouw van wie de herdershond losliep en naar mijn kleinzoon gromde, deed of ze mijn verzoek niet hoorde. Deze mensen verpesten het voor de anderen. Net als de mensen die met hun auto of motor door de uiterwaarden crossen. Ze vernielen het groen en veroorzaken onrust. Er zijn genoeg parkeerplaatsen, maar ze willen het liefst tot aan de waterkant rijden. Ze trekken zich nergens iets van aan. Sloten aan een hek worden vernield, waarschuwings- en informatieborden halen ze gewoon weg.” Van Heel benaderde Rijkswaterstaat en Staatsbosbeheer - eigenaren van het gebied - maar behalve dat de laatste strenger toezicht beloofde, leverde dat nog niets op. Het liefst zou hij het gebied voor 25 jaar sluiten en de natuur weer haar gang laten gaan. “Dat zal niet lukken. Maar het moet toch mogelijk zijn om samen met Rijkswaterstaat, Staatsbosbeheer, De Capreton, dorpsraad en buurtbewoners een manier te vinden om de uiterwaarden te beschermen? Bijvoorbeeld door bij hoogwater en in het broedseizoen het terrein af te sluiten, slechts een paar paden toegankelijk te maken voor bezoekers, honden verplicht aan te lijnen, meer bewustwording te creëren - zeker ook bij kinderen - en te zorgen voor intensiever toezicht. Laat het terrein door een paar heckrunderen of konikpaarden begrazen. Bij Slot Loevestein is het goed geregeld, dat moet hier toch ook mogelijk zijn?”

Meer berichten

Het lokale nieuws in uw mailbox ontvangen?

Aanmelden