Niet te snel oordelen

Column door Jelmer aan den Toorn

Ik heb altijd een notitieboekje op zak, en een pen uiteraard, omdat ik vaak dingen zie of hoor die ik wil onthouden. Om later ergens in een verhaaltje te gebruiken, of gewoon omdat ik het de moeite waard vind om te onthouden. Als je iets ziet en denkt: Dat moet ik onthouden, dan vervliegt die herinnering toch vaak weer. Daarom kies ik ervoor om het op te schrijven. Ik heb dat ook vaak als ik in bed lig en een beetje lig te denken aan van alles en nog wat. Als ik dan iets bedenk waarvan ik het de moeite waard vind om het ook daadwerkelijk te onthouden... Hoppa, even een notitie in mijn telefoon maken. Ik weet gewoon dat ik het me anders de volgende dag niet meer herinner, of wellicht niet zo gedetailleerd als ik zou willen. Gewoon even opschrijven, analoog of digitaal, werkt voor mij het beste.

Op zoek naar inspiratie voor deze column bladerde ik door mijn notitieboekje, wat dan ook gelijk weer een trip down memory lane is. Herinneringen aan de afgelopen zomervakantie, een gedichtje, een idee voor een personage, van alles komt weer voorbij. En ja, dingen die ik dus ver weggestopt had in mijn geheugen. Ver weggestopt omdat ik het toch al opgeschreven had, of had ik het nooit meer op kunnen diepen als ik het niet opgeschreven had? Zo kwam ik ook een notitie tegen die ik gemaakt had toen ik mijn jongste zoon laatst naar zwemles had gebracht. Normaal gesproken mag je dan in de wachtruimte van het zwembad wachten tot de les afgelopen is, maar ja corona enzo...

Met toch nog wat boodschappen te doen toog ik naar binnenstad van Zaltbommel. Omdat de zwemles een uur duurt had ik ruim de tijd. De boodschappen namen niet zoveel tijd in beslag en het was een prachtige nazomerdag. Op de Waalkade ging ik even op een bankje zitten, genietend van het uitzicht over de Waal, in het zonnetje. Mijn notitieboekje en pen in de hand. Ik schreef een klein gedichtje, voor mezelf, over windmolens die ik in de verte langs de A15 zag staan. Nadat ik dat gedaan had, zat ik wat voor me uit te staren, toen er van links ineens een jongeman aan kwam slenteren. In een trainingspak, met een grote tas op zijn rug. Hij zag er wat verloren uit, met een trieste, zwervende blik in zijn ogen. Zijn rechterarm maakt ongecontroleerde bewegingen en bij nader inzien is het trainingspak dat hij draagt ook niet erg schoon. Mijn gedachten gaan met me op de loop. Zou hij een zwerver zijn? Zou die ongecontroleerde arm een gevolg zijn van drugsgebruik? Als hij vlakbij mij is kruisen onze blikken elkaar even kort, doelloosheid straalt uit zijn ogen. Hij slentert door.

Ik bedenk me hoe snel ik een oordeel klaar had over hem. Door zijn uitstraling en handelen denk ik gelijk dat hij een drugsgebruikende zwerver is. Ik vind dat een vreemd iets van het menselijk brein. Of is dat misschien iets wat alleen mijn brein doet? Als hij verderop op een bankje gaat werp ik nog eens een blik zijn kant op. Ik zie dat hij rusteloos is, ik zie hem iets oprapen van de grond. Zou het dan toch echt een zwerver zijn, bedenk ik me.

Als ik dit verhaaltje, iets uitgebreider, even later in mijn notitieboekje heb geschreven, bedenk ik me dat het eigenlijk best beschamend is hoe snel ik een oordeel geveld heb over een voor mij totaal onbekend iemand. Ik wijt het aan de ‘creatieve flow’ waarin ik zat op dat moment. Ik zag een verhaal in hem. Tegelijkertijd neem ik me voor om in het vervolg minder snel te oordelen.

Meer berichten

Het lokale nieuws in uw mailbox ontvangen?

Aanmelden