<p>Dit is het vierde deel van het verhaal 'Giftige waarheid', geschreven door Frans van den Heuvel sr. Er volgen nog drie delen.</p>

Dit is het vierde deel van het verhaal 'Giftige waarheid', geschreven door Frans van den Heuvel sr. Er volgen nog drie delen.

Giftige waarheid...(deel 4)

Verhaal door Frans van den Heuvel sr.

Ik rijd niet rechtstreeks naar de A2, maar via allerlei binnenwegen via Zaltbommel, naar Eindhoven. Ik zet alles nog maar eens op een rijtje en zeg tegen mezelf: “Martine, meid, je bent journalist, dus duik erin.” Thuisgekomen open ik mijn wandkluisje en haal daar een prepaid-telefoon uit. In mijn vak komt zo’n ding soms goed van pas. Ik plof neer op de bank en toets het 06-nummer in. De telefoon wordt opgenomen en ik hoor aan de andere kant een angstige Sasja die me vraagt: “Ben jij het?” Ik val gelijk met de deur in huis: “Wat is er aan de hand, Sasja?” “Dat kan ik je zo een-twee-drie door de telefoon niet vertellen”, zegt ze. “Kom alsjeblieft naar me toe. Ik stuur je een sms met de gegevens van m’n verblijfplaats. Onthoud dit goed en verwijder het bericht direct. En, gebruik de navigatie in je auto niet!” Dan verbreekt Sasja de verbinding.
Een paar minuten later ontvang ik de sms. Naast de gegevens omtrent haar verblijfplaats, vraagt ze me de kentekengegevens van mijn auto te sturen. Het is al donker geworden en nu naar haar toe gaan, lijkt me niet zo’n goed idee, dus spreek ik met haar de volgende ochtend af. Ik prent de verblijfplaats in m’n geheugen en wis onze berichten.

Rond acht uur de volgende morgen stap ik, een beetje brak, in de auto en ga op weg naar onze ontmoetingsplek. Regelmatig kijk ik in mijn achteruitkijkspiegel en zie steeds andere auto’s achter me. Het stelt me enigszins gerust.

Na bijna twee uur te hebben gereden richting Zuid-Limburg, arriveer ik in het dorp Groot Welsden. Een paar honderd meter voorbij Hotel Wippelsdaal ligt een boerencamping; daar hebben we afgesproken. Ik parkeer de auto, maar stap niet uit. Om me heen zie ik wat stacaravans, maar ze lijken niet bewoond. Plots wordt er op de rechter zijruit geklopt, en daar staat Sasja. Ik ontgrendel het portier en ze gaat zitten. Even zeggen we niks. We kijken elkaar alleen maar aan en dan ineens valt ze me om de nek en barst ze uit in een huilbui.

Langzaamaan bedaart ze. Ik geef haar een paar tissues. “Vertel op”, zeg ik.”Wat is er aan de hand?” Sasja zucht, kijkt me aan en zegt: “Ik word bedreigd. Door m’n werkgever”, zegt ze. “Ik heb iets afschuwelijks ontdekt.”

Wordt vervolgd

Meer berichten

Het lokale nieuws in uw mailbox ontvangen?

Aanmelden